Pilot Microcredentials

32 hoger onderwijsinstellingen – waarvan 10 universiteiten en 22 hogescholen – doen sinds oktober 2021 mee aan de landelijke pilot Microcredentials onder regie van de zone Flexibilisering van het onderwijs en de koepels VH en UNL. Microcredentialing – het aanbieden van onderwijs in kleinere eenheden die afzonderlijk worden gecertificeerd – stimuleert flexibilisering en geeft herkenbare waarde aan het Leven Lang Ontwikkelen aanbod van instellingen. Wat de pilot precies inhoudt, dat lees je op deze pagina.

Over de pilot Microcredentials

Meedoen met de pilot

De inschrijfdatum voor de eerste ronde van de pilot is verstreken. Een tweede moment van aanmelding vindt plaats in december 2022. Het is bij het tweede moment van aanmelding niet meer mogelijk gebruik te maken van het veranderbudget. Voor meer informatie kun je terecht bij Bart Lamboo (bart.lamboo@surf.nl).

De Vereniging Hogescholen en de Universiteiten van Nederland zullen hun leden voorafgaand aan het tweede startmoment opnieuw wijzen op de mogelijkheid om deel te nemen aan de pilot.

Deelnemende instellingen

22 hogescholen
Aeres Hogeschool, Avans Hogeschool Breda University of Applied Sciences, Fontys Hogeschool, Haagse Hogeschool, HAN University of Applied Sciences, Hanzehogeschool Groningen, HAS-hogeschool, Hogeschool Inholland, Hogeschool iPabo, Hogeschool Leiden, Hogeschool Rotterdam, Hogeschool Saxion, Hogeschool Utrecht, Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool van Hall Larenstein, Hogeschool Windesheim, Hotelschool The Hague, Marnix Academie, NHL Stenden, Thomas More Hogeschool, Zuyd Hogeschool.

10 universiteiten
Maastricht University, Open Universiteit, Rijksuniversiteit Groningen, Technische Universiteit Delft, Technische Universiteit Eindhoven, Tilburg University, Universiteit Twente, Universiteit Utrecht, Vrije Universiteit Amsterdam, Wageningen University & Research.

Veelgestelde vragen

Nee, het aanbod voor de LLO markt kan natuurlijk veel breder zijn en meer vormen omvatten. Er kunnen zeer verschillende redenen zijn diverse vormen en inhouden aan te bieden, een kort seminar over groepsdynamiek is voor iemand die een minder diepe leervraag heeft misschien voldoende. Echter geldt dat alleen cursussen die aan de kwaliteitseisen van een microcredential voldoen leiden tot een erkend certificaat met een herkenbare waarde.

Veel van de betrokkenen in het voortraject zijn het erover eens dat landelijke afspraken nodig zijn op de inhoud en vorm van microcredentials. Er zijn echter verschillende meningen over de omvang, met name over het minimum aantal EC (studielast 1 EC is 28 uur). Eén optie is om voor zeer kleine onderwijseenheden (minimaal 0.5 – 1 EC) microcredentials uit te geven. Dit zorgt ervoor dat veel van het huidige (contract)onderwijs gericht op professionals binnen scope is. Het risico bestaat echter dat het microcredentials geen duidelijk profiel geeft, de ‘zelfstandige waarde’ niet zoveel omvat en dat het lastig is om het in te kunnen brengen in vervolgonderwijs, laat staan te kunnen stapelen tot een volwaardige opleiding. Ook zou het een enorme administratieve last kunnen opleveren, waaronder voor examencommissies. Voor kleine onderwijseenheden van 0,5 – 1 EC kan wel gebruik worden gemaakt van Edubadges om de opgedane kennis en vaardigheden aan te tonen. In dit geval wordt dat niet gezien als een microcredential.

Om instellingen de vrijheid te geven microcredentials in te passen in hun onderwijsaanbod is het in ieder geval van belang om de scope niet te veel te beperken. Een microcredential met omvang van minimaal 3 ECTS geeft een substantiële leeruitkomst en is qua studielast nog te combineren met werk. Daarnaast kan 30 ECTS gelden als maximum, omdat er anders al bijna tegen een eenjarige opleiding aanzit. . Deze omvang staat bij een groot deel van de instellingen gelijk aan een minor en daarmee is een grotere omvang moeilijk meer micro te noemen.

Gedurende de looptijd van de pilot zullen we met in samenspraak met de deelnemende instellingen nauwlettend in de gaten houden of deze kaders werkbaar zijn en tot de gewenste resultaten leiden. Indien gedurende de pilot blijkt dat het minimum en maximum aantal niet werkt, kan in samenspraak met de stuurgroep van het Versnellingsplan en de koepels besloten worden dit aan te passen.

Het concept microcredentials is steeds meer in de belangstellig aan het komen, maar het is nog niet opgenomen in de WHW (Wet op hoger onderwijs en onderzoek) en heeft daardoor nog geen wettelijk erkende status. In ons huidige bestel kennen we op basis van de WHW alleen wettelijk erkende diploma’s. De microcredentials die we in de looptijd van de pilot gaan uitgeven hebben daarmee nog geen wettelijke borging. Hier wordt echter wel samen met juristen van de instellingen aan gewerkt. 

Omdat het hele Hoger Onderwijs in Nederland  zich via de koepels VH en UNL heeft gecommitteerd aan de pilot en het huidige kwaliteitskader, hebben microcredentials die uitgegeven worden binnen de pilot een landelijke herkenning en erkenning. In de vormgeving van de (digitale) certificering zullen we dit landelijke kader daarom  nadrukkelijk vermelden. 

Een vervolgvraag is of een microcredential eventueel mogelijkheden geeft tot instroom of vrijstelling. Dit is een onderwerp dat valt binnen het mandaat van de examencommissie van de instelling waar instroom of vrijstelling wordt gevraagd. 

Het doel van de pilot is om instellingsbreed samen te werken aan een stelsel waarbinnen microcredentials een erkenbare en herkenbare waarde hebben. Door samen op te trekken en te werken vanuit een gedeelde taal en een gezamenlijk kwaliteitskader, krijgen de microcredentials een zelfstandige waarde.

Leeruitkomsten omschrijven wat een lerende verwacht te weten, te kunnen en te begrijpen. Belangrijk om op te merken is dat het bij leeruitkomsten gaat het “om de uitkomsten van het leerproces, los van de onderwijsinhoud en het curriculum, de studieomvang – en belasting, de studieduur, de organisatie van het onderwijs, de wijze van instructie en waar en hoe het onderwijs gegeven wordt” (Van Delft, 2020, p. 2). Een leeruitkomst beschrijft, met andere woorden, datgene wat iemand weet en kan doen na succesvolle afronding van een leertraject.

Dat wil dus ook zeggen dat leeruitkomsten die zijn behaald in een met microcredentials gecertificeerd programma bij de ene instelling, ook als zodanig worden erkend bij dezelfde instelling of door een andere instelling. Met een microcredential kan een deelnemer bijvoorbeeld aantonen dat bij instroom in een programma of een andere microcredential vereiste voorkennis aanwezig is. Ook zullen leeruitkomsten die overlappen met een geaccrediteerd programma bij inschrijving in het programma mogelijk kunnen leiden tot vrijstelling. De vrijstellingen worden niet automatisch toegekend, maar moeten aangevraagd worden bij een daartoe aangewezen orgaan van de instelling, dan gaat het om een examencommissie.

Leeruitkomsten beschrijven wat een lerende geacht wordt te weten, te begrijpen en te kunnen toepassen na afronding van een leerperiode (zie NVAO en Tuning). Binnen de pilot onderzoeken we hoe we op een zo eenvoudig mogelijke wijze invulling kunnen geven aan de beschrijving van de leeruitkomsten, in lijn met de uitgangspunten van de NVAO.


De pilot microcredentials is een eigen initiatief van de VH en VSNU. We nemen in de pilot de lessen en inzichten die tijdens het Experiment Leeruitkomsten zijn geleerd mee in onze pilot en bouwen waar mogelijk erop voort. Tevens zoeken we met de pilot aansluiting bij de Europese en landelijke ontwikkelingen (denk aan de wettelijke verankering van het experiment leeruitkomsten) wat betreft het werken met leeruitkomsten.

Het Versnellingsteam ambieert een nationaal register voor microcredentials, waarmee flexibilisering van het onderwijs voor professionals stevig verankerd wordt. Het ligt voor de hand dit register te positioneren naast het reeds bestaande diplomaregister, bij DUO. In het verleden heeft DUO hiertoe reeds een verkenning uitgevoerd, die aanleiding geeft tot vervolgstappen. Bij de start van de pilot van het Versnellingsplan zal DUO waarschijnlijk nog niet beschikken over een dergelijk register. Daarom beginnen we met het verstrekken van microcredentials met behulp van de reeds beschikbare edubadges infrastructuur, bij SURF.

Alle binnen de dienst Edubadges uitgegeven digitale certificaten worden ook wel edubadges genoemd. Een in het kader van de pilot uitgegeven microcredential die via de dienst is uitgegeven is dus een bijzondere vorm van een Edubadge, die voldoet aan het kwaliteitskader van de pilot. We zorgen er samen met de dienst voor dat microcredentials die in het kader van de pilot worden uitgegeven herkenbaar en filterbaar zijn binnen de dienst. En dat het kwaliteitskader van de pilot ook zichtbaar aan de microcredentials verbonden is, zodat dit voor iedereen helder is. 

Net zoals bachelors, masters en minoren krijgen microcredentials een herkenbare en erkenbare waarde in het onderwijsstelsel. De behaalde microcredentials worden opgeslagen in een landelijk register – in eerste instantie in edubadges, later mogelijk in RIO. Gedurende de looptijd van de pilot wordt uitgewerkt welke gegevens er op het certifcaat vermeld moeten worden. Te denken valt aan:    

  • Naam deelnemer
  • Naam instelling
  • Naam onderwijseenheid
  • Indicatie niveau op basis van NLQF
  • Indicatie van de omvang op basis van ECTS
  • Verworven leeruitkomsten
  • Behaalde resultaat

De aanloopfase van de pilot start in september 2021. De eerste maanden ligt de nadruk op kennisdeling en (interne) voorbereiding. De instellingen maken zich in deze periode startklaar. De pilot start vanaf januari 2022. Op dat moment is het de bedoeling dat onderwijsinstellingen de eerste microcredentials kunnen aanbieden. Een tweede inschrijfmoment voor instellingen volgt in december 2022. Medio 2023 moet duidelijk zijn of en op welke manier microcredentials duurzaam toegevoegd kunnen worden aan het stelsel. De pilot loopt af in december 2023.

Pionieren is altijd spannend. Daarom is voor deelnemende instellingen een uitgebreide begeleidingsstructuur opgezet. Instellingen kunnen rekenen op inhoudelijke begeleiding vanuit het regieteam, hebben een vast aanspreekpunt, kunnen beschikken over een veranderbudget en worden uitgenodigd om op landelijke bijeenkomsten kennis en ervaringen met elkaar uit te wisselen.

Begeleidingsstructuur in een notendop:

  • Projectleider
  • Regieteam
  • Veranderbudget
  • Landelijke bijeenkomsten (4 x per jaar)
  • Online omgeving met Q&A loket
  • Monitor en evaluatie

Projectleider
Bart Lamboo is als projectleider aangesteld, hij biedt samen met het regieteam inhoudelijke sturing aan de pilot. Ook faciliteert hij het proces, organiseert de bijeenkomsten voor de deelnemers, het vraagloket, etc.

Regieteam
Het regieteam bestaat uit vertegenwoordigers van de zone flexibilisering, VH, VSNU, SURF, OCW en een medewerker vanuit een aan de pilot deelnemende hogeschool en een medewerker vanuit een deelnemende universiteit. De inhoudelijke sturing vanuit het regieteam richt zich op de vraagstukken die gaandeweg opduiken. Daarnaast fungeert het regieteam als linking-pin tussen de pilot en de bestuurlijke tafels van de koepels. De inhoudelijke sturing vanuit het regieteam richt zich op vraagstukken die zich gedurende de uitvoering van de pilot voordoen en uit de monitoring en evaluatie komen. Meer over de leden van het regietteam lees je op de pagina ’wie zijn er betrokken bij de pilot’.

Veranderbudget
Instellingen die vanaf het begin van de pilot deelnemen kunnen een beroep doen op een veranderbudget. Dit veranderbudget (de stimuleringsregeling) dienen instellingen te benutten om de transitie naar het werken met microcredentials mogelijk te maken, en wel zodanig dat het ontwikkelde concept breed toegepast kan worden.

Alleen instellingen die vanaf de start deelnemen aan de pilot, maken aanspraak op de stimuleringsregeling. Dit omdat in de pioniersfase van de pilot, waarschijnlijk de grootste inspanningen moeten worden verricht wat betreft de onderlinge afstemming en de interne organisatie. De hoogte van de stimuleringsregeling is maximaal 45.000 euro per jaar, gedurende de looptijd van de pilot. Er geldt geen verantwoordingsverplichting voor instellingen. Wel geldt een inspanningsverplichting. Er wordt van instellingen verwacht dat ze met elkaar kennis en ervaringen uitwisselen wat betreft de inzet van de middelen.

Landelijke bijeenkomsten
Om te voorkomen dat er tal van verschillende projecten ontstaan binnen de deelnemende instellingen met elk een eigen invulling, worden er regelmatig landelijke bijeenkomsten georganiseerd voor de projectcoördinatoren en andere betrokkenen uit de instellingen. De bijeenkomsten vinden minimaal vier keer per jaar plaats en kunnen op basis van de behoeften van de deelnemende instellingen georganiseerd worden rondom specifieke thema’s.

Online omgeving met Q&A loket
Er wordt gewerkt binnen een Teamsomgeving waarin onder andere antwoorden op veelgestelde vragen worden weergegeven. Ook worden op deze website veelgestelde vragen beantwoord. Betrokkenen bij de pilot bij deelnemende instellingen kunnen contact opnemen met Bart Lamboo om toegang te krijgen tot deze omgeving.

Monitoring en evaluatie van de pilot
Bij een pilot is het van belang om vooraf heldere doelen af te spreken en die tussentijds en na afloop te evalueren. Daarom wordt een extern en onafhankelijk bureau betrokken dat de voorgang monitort en de opbrengsten evalueert. In de evaluatie van de pilot staan vier hoofdthema’s centraal: de uitwerking van het kwaliteitskader; de juridische verankering van de microcredential; de raakvlakken met het initiële onderwijs; het gebruik van de microcredential door de professional. Tussen oktober 2021 en december 2022 (de voorbereidingsfase) wordt gezamenlijk met de deelnemende instelling gekeken hoe de evaluatie ingevuld wordt.

Aanmelding is mogelijk op 2 momenten: aan de start van de pilot en een jaar na de start. Tot aan 1 oktober 2021 kunnen instellingen zich aanmelden voor de eerste ronde van de pilot. Dit verloopt via een ondertekende brief door het CvB gericht aan de projectleider van de pilot. Dit zijn de deelnemers die vanaf de start ook mee kunnen denken over de precieze invulling van de pilot en het kwaliteitskader. Het tweede moment van aanmelden vindt plaats in december 2022. Ook dat verloopt via een ondertekende brief door het CvB. Het is dan niet meer mogelijk gebruik te maken van het veranderbudget.

De Vereniging Hogescholen en VSNU wijzen hun leden op de komst van de pilot en de mogelijkheden voor deelname via hun reguliere kanalen. Zij zullen hun leden ook opnieuw wijzen op deelnemen aan de pilot tijdens het tweede startmoment. Vanuit het Versnellingsplan worden voorafgaand aan de zomervakantie en in de maand september nog extra informatiebijeenkomsten georganiseerd.

Ja, als klankbord. De stap naar microcredentials past immers in een bredere beweging om het hoger onderwijs flexibeler en meer op maat aan te bieden. De komende jaren vinden mede daardoor mogelijk wijzigingen plaats in het huidige stelsel. Denk hierbij aan de wettelijke verankering van het ‘Experiment Leeruitkomsten’ en de ontwikkeling met betrekking tot de Instellingsaccreditatie. Met de pilot sluiten we aan bij deze ontwikkelingen. Daarom wordt

zorgvuldig afgestemd met OCW en NVAO bij de ontwikkeling van het kwaliteitskader en de pilot.

Op Europees niveau werkt men ook aan een verdere uitwerking van microcredentials. De uitwerking van microcredentials kan bijvoorbeeld bijdragen aan het erkennen van elkaars onderwijs binnen het netwerk van Europese universiteiten. Enkele Nederlandse universiteiten werken in dat verband al samen met andere Europese universiteiten. De ontwikkelingen die in Europa gebeuren, zoals het MICROBOL-project, zullen meegenomen worden in de pilot die in Nederland loopt, om op die manier beide ontwikkelingen op elkaar aan te laten sluiten.

RIO staat voor Registratie Instellingen en Opleidingen. Het is een landelijk register waarin onderwijsinstellingen onderwijsaanbod, organisatievorm en onderwijserkenningen- en licenties in vastleggen. Het doel van het RIO is dat alle onderwijsinformatie op één plek komt te staan. Op dit moment is het RIO nog niet beschikbaar voor het hoger onderwijs. De verwachting is dat dit vanaf januari 2022 zal gebeuren. Het informatiemodel van RIO is reeds voorbereid op de komst van de microcredentials. Gedurende de pilot proberen we aan te sluiten bij de kansen die RIO ons biedt.

Het STAP-budget is een persoonlijk ontwikkelbudget voor iedereen. Met het STAP-budget (Stimulans ArbeidsmarktPositie) wil de overheid stimuleren dat iedereen ook tijdens een loopbaan blijft leren. Als aan de voorwaarden wordt voldaan, kan het STAP-budget ingezet worden om microcredentials te behalen. Dit is echter geen verplichting. Deelname aan de STAP regeling is op geen enkele wijze gekoppeld aan deelname aan de pilot microcredentials.

De exacte wijze van evaluatie hangt onder meer af van de uiteindelijke invulling van het kwaliteitskader en de pilot. Wel is het belangrijk dat voor alle betrokkenen de doelstellingen van de pilot (en waarop monitor en evalueer je?) helder zijn. De evaluatie wordt uitgevoerd door een extern bureau. In de evaluatie van de pilot staan vier hoofdthema’s centraal: de uitwerking van het kwaliteitskader; de verdere juridische verankering van de microcredentials; de raakvlakken met initiële onderwijs; het gebruik van de microcredential door de professional.

Heb je vragen over de pilot Microcredentials? Neem dan contact op met:

Bart Lamboo    bart.lamboo@surf.nl

Uitgelicht

De volgende projecten, publicaties en producten vind je wellicht ook interessant.
Project
Pilot Microcredentials

Snel naar: Over Meedoen FAQ Contact 32 hoger onderwijsinstellingen – waarvan 10 universiteiten en 22 hogescholen – doen sinds oktober

One-pager Pilot Studentmobiliteit

De zone Flexibilisering werkt momenteel aan de pilot Studentmobiliteit. De zone werkt met SURF, dat de technische infrastructuur voor de pilot ontwerpt en

Deze website maakt gebruik van cookies. Lees hier over onze Coookies