Het Versnellingsplan als laboratorium voor hoger onderwijs

Door: Huib de Jong, kwartiermaker open (digitale) leermaterialen en voormalig bestuursvoorzitter van de Hogeschool van Amsterdam.

Het Versnellingsplan is een prachtig laboratorium voor het hoger onderwijs. Het verschaft studenten, docenten en leidinggevenden alle kansen om te experimenteren met nieuwe mogelijkheden voor goed onderwijs. En er wordt intensief gebruik van gemaakt. Toen ik de vraag kreeg om mee te denken over regie op open (digitale) leermaterialen verbaasde ik me over de intensiteit waarmee in de zones wordt gewerkt. Vanuit verschillende perspectieven en disciplines worden voorstellen ontwikkeld om vorm te geven aan de onontkoombare digitale transformatie van het hoger onderwijs. Op de achtergrond is er de sterke betrokkenheid van de Stuurgroep en het bestuurlijke Koersteam, dat de agenda ondersteunt. Ik werd ook bevestigd in de (min of meer) stille kracht van SURF binnen het Nederlandse onderwijs. Een uniek samenwerkingsverband.

Voor mijn kennismaking met het Versnellingsplan was mijn kennis beperkt tot de verwijzing ernaar in gesprekken met actieve collega’s. Wellicht komt dit omdat technologische revoluties me volstrekt koud laten. De grootste revolutie die we ooit hebben meegemaakt ligt immers al heel lang achter ons: het ontwerp van een alfabet. Geen reden om te schrikken van veranderingen die daarvan zijn afgeleid. Sinds die uitvinding is er immers vooral sprake van continuïteit, ook in het onderwijs. Ideaaltypisch zijn onderwijsinstellingen bewust ontworpen leeromgevingen waarin studenten en hun ontwikkeling centraal staat. Doel ervan is het bieden van gelijke kansen op kwalificatie, socialisatie, persoonsvorming en studentsucces. Onderwijs is daarmee een door docenten geleide publieke dienstverlening die generaties studenten de kans geeft om bij de tijd te blijven. Zelfs de meest radicale technologische vernieuwing is hierbij nooit bedreigend. Althans, als we kunnen rekenen op de professionaliteit waarmee leren binnen scholen  vorm krijgt en technologische vernieuwingen als vanzelfsprekend worden verwerkt. En ik betwijfel geen moment dat we daarop kunnen rekenen.

Het Versnellingsplan zie ik dan ook als uitdrukking van de voortdurende worsteling om met ons onderwijs bij de tijd te blijven. In die worsteling wordt duidelijk dat de keuze voor leermaterialen steeds belangrijker wordt, omdat ze in toenemende mate (naast de inhoud) ook de vorm van de les gaan bepalen. Het “boek” kan niet meer los worden gezien van het platform waarop het wordt aangeboden: de uitgever biedt lesstof aan, maar stelt ook nieuwe eisen aan de infrastructuur  waarop het wordt gebruikt en verzamelt ook informatie over het gebruik van het boek. Dit alles vraagt nieuwe doordenking van de samenhang in het curriculum en de veiligheid van de leeromgeving voor de studenten. Zeker waar die studenten niet meer aan een enkele opleiding of een enkele instelling gebonden zijn. Doordenking ook van een nieuwe, opleiding- en instellingoverstijgende schaal van het onderwijs. Daarmee is de worsteling van de professionals ook de worsteling van de instellingsbesturen om die professionals daarbij te ondersteunen. Zij kunnen dit doen door helderheid te geven over spelregels voor de nieuwe leerruimte, zodat nog steeds bewust kan worden gestuurd op het bereiken van de “oude”  doelen van het onderwijs. SURF is als ‘cooperatie van onderwijsinstellingen’ een goed voorbeeld van een omgeving waarbinnen een deel van die regels kunnen worden vastgesteld, zodat studenten geen onnodige last krijgen op hun leerpad door het netwerk van opleidingen en instellingen en hun veilige leeromgeving (inclusief hun privacy) geborgd blijft. En bovendien: dat de nodige investeringen in de netwerkstructuur kunnen worden gerealiseerd.

Deel deze pagina

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email

Uitgelicht

De volgende projecten, publicaties en producten vind je wellicht ook interessant.
Publicatie
Whitepaper Digitale Leermaterialen

Een ‘Spotify’ voor studieboeken Tijdens de bijeenkomst van 6 november sprak het Koersteam haar ambitie uit een bijdrage te willen